Trainee Bas Duursema werkt vanuit het Agroprogramma mee aan een verkenning naar de mogelijkheden van mestverwaarding in combinatie met lekke mestkelders in het aardbevingsgebied.
Een oplossing voor meerdere problemen
Mestvergisting is niet nieuw, maar de techniek krijgt steeds meer aandacht vanwege mogelijkheden om uitstoot te verminderen en duurzame energie op te wekken. Voor het Agroprogramma werd het onderwerp extra relevant na een pilot bij een Groningse melkveehouder in 2024. De resultaten, die in 2025 beschikbaar kwamen, laten zien dat mestvergisting een grote bijdrage kan leveren aan het verminderen van schadelijke emissies.
“Door mest te vergisten houd je schadelijke gassen beter vast in het systeem, waardoor ze niet in de lucht terechtkomen,” vertelt Bas. “Uit de pilot blijkt dat je ongeveer 90 procent van het methaan en 75 procent van de ammoniak kunt afvangen.”
In de praktijk kan die emissiereductie nog verder omhoog als je mestvergisting combineert met een vloerspoelsysteem. Door de roostervloer regelmatig met water te spoelen blijft de vloer schoner en wordt de mest verdund, waardoor er minder ammoniak vrijkomt. Voer je de mest daarnaast snel af en gaat die vers naar de mestvergister, dan beperk je ook de methaanuitstoot. Samen bieden deze technieken dus extra kansen om de uitstoot op melkveebedrijven flink terug te dringen.
Naast het verminderen van uitstoot biedt mestvergisting nog een belangrijk voordeel: de productie van biogas. Dit duurzame gas kan worden ingezet als energiebron voor bedrijven, huishoudens en uiteindelijk hele regio’s.
Ten slotte kan vergisting bijdragen aan een beter verdienmodel voor agrariërs. Uit een pilotonderzoek van het Nutriënten Management Instituut naar snelle vergisting van biologisch aangezuurde rundveemest blijkt dat de biogasopbrengst ongeveer vier keer hoger uitvalt dan bij mest die niet wordt vergist. Daarnaast kan fosfaat uit de vergiste mest worden geconcentreerd, waardoor de mest mogelijk makkelijker en goedkoper af te voeren is.
Focus op het aardbevingsgebied
De verkenning richt zich specifiek op melkveehouders in het aardbevingsgebied. Daar speelt namelijk een extra uitdaging.
“Veel boeren in die regio hebben last van lekkende mestkelders als gevolg van aardbevingsschade,” legt Bas uit. “Het herstellen daarvan is kostbaar. Als je de mest dagelijks uit de kelder haalt en direct naar een mestvergister brengt, hoeft die mest niet langdurig opgeslagen te worden. Daarmee ontstaat een mogelijke oplossing voor een probleem waar veel boeren nu mee worstelen.”
Juist die combinatie van praktische hulp voor boeren en verduurzaming van de regio maakt het onderwerp interessant voor het Agroprogramma.
Centrale of individuele mestvergisters?
Binnen de verkenning worden verschillende mogelijkheden onderzocht. Een daarvan is het plaatsen van zogenoemde mono-mestvergisters op individuele bedrijven. Daarbij verwerkt een agrariër zijn eigen mest en kan de opgewekte energie deels op het eigen erf worden gebruikt.
Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheid van centrale mestvergisters, waarbij meerdere agrariërs hun mest gezamenlijk aanleveren. Zo’n centrale installatie kan aanzienlijk meer biogas produceren.
“Hoe meer je kunt vergisten, hoe groter de opbrengst,” zegt Bas. “Als meerdere boeren samenwerken, kan dat uiteindelijk genoeg groen gas opleveren voor duizenden huishoudens.”
Een bijkomend voordeel is dat bestaande gasinfrastructuur mogelijk opnieuw benut kan worden. Zo wordt er gekeken naar locaties waar in het verleden aardgaswinning plaatsvond, omdat daar vaak al gasleidingen aanwezig zijn.
Toch brengen centrale mestvergisters ook uitdagingen met zich mee. Vergunningstrajecten zijn complex en afstemming tussen verschillende partijen kost tijd. Daarom ligt de nadruk momenteel vooral op individuele mestvergisters bij boeren op het erf.
“Het Agroprogramma wil boeren zo snel mogelijk perspectief bieden,” zegt Bas. “Biogas produceren is mooi, maar uiteindelijk gaat het er ook om dat boeren nu geholpen worden met problemen waar ze vandaag tegenaan lopen.”
De eerste stap naar een subsidieregeling
De werkzaamheden van Bas maken deel uit van een zogeheten kwartiermakersverkenning. Dit is de eerste fase van het project, waarin wordt onderzocht welke melkveehouders willen en kunnen deelnemen.
“We willen drie tot vijf melkveehouders benaderen om aan te sluiten bij het project,” vertelt Bas. “Op basis van die verkenning wordt een rapport opgesteld. Als de resultaten positief zijn, kunnen we volgend jaar doorgaan naar de uitvoeringsfase.”
Het uiteindelijke doel is om te komen tot een regeling waarmee agrariërs ondersteuning kunnen krijgen bij de aanschaf van een mestvergister.
Innovatie met Groningse impact
Hoewel er in Nederland al agrariërs zijn die werken met mono-mestvergisters, is een regeling die specifiek gericht is op het aardbevingsgebied nog niet eerder opgezet. Daarmee kan het project een belangrijke stap zijn in het verbinden van herstel, verduurzaming en toekomstbestendige landbouw.
Als de verkenning succesvol verloopt, kan in 2027 de volgende fase van start gaan. Daarmee komt een oplossing dichterbij die niet alleen emissies vermindert en duurzame energie oplevert, maar ook direct bijdraagt aan het oplossen van de gevolgen van aardbevingsschade voor Groningse boeren.
